Loading…

Leeradvies

Onderwijsblog van Richard Kragten
Interessante links

Seminar Online Begeleiding van Studenten (SURF)

Op 21 september was er een bijeenkomst door SURF georganiseerd over het online begeleiden van studenten. Janina van Heest opende het seminar en introduceerde de keynote Alexander Waringa van ecollegepro. Na de keynote waren er vier praktijkvoorbeelden. Ik schrijf nu alleen over de keynote. Een kort verslag over de praktijkvoorbeelden volgen nog.

“eCollegePro is een van de eerste organisaties wereldwijd dat een gestructureerde aanpak (model en methodiek) heeft ontwikkelend voor effectieve online communicatie en begeleiding.” (https://www.ecollegepro.nl)

Waringa heeft een methode (ecp-methodiek) ontwikkeld voor het op afstand online begeleiden. Daar is een boek over verschenen en een online platform Pluform.

In deze video geeft Pieter van Langen (Lecturer Hogeschool van Amsterdam, Faculteit Techniek, Aviation Academy) een prachtig voorbeeld van hoe de HvA studenten die op stage gaan online begeleiden met behulp van Pluform.com en de eCP-methodiek voor online begeleiden.

Zie hieronder een kort interview met Cathrien Ruoff (Lecturer Hogeschool van Amsterdam – Faculteit Techniek – Engineering: Product Design) over het hoe en waarom zij Pluform gebruiken bij het begeleiden van hun studenten.

SURF heeft een publicatie over Online begeleiden van Studenten geschreven. Daarvan behandelt Waringa twee Do’s en Don’ts.

1. “Schakel alleen over op online begeleiding bij evidente meerwaarde”.

Wanneer is er meerwaarde?

  • Meer studenten met hetzelfde aantal fte’s begeleiden (opschalen)
  • Meer of beter contact met studenten op afstand (stage/buitenland)
  • Flexibel kunnen aansluiten bij deeltijdstudenten (doelgroepen)
  • Meer diepgang aanbrengen in de leerstof (kwaliteitsslag)
  • Meer individuele begeleidingsmogelijkheden creëren (studiesucces)
  • Stimuleren van andere vormen van leren (didactiek)

Als voorbeeld zijn er studieadviseurs die meer wilde ondersteunen naast enkele de face-to-face gesprekken. De laagdrempeligheid wordt vergroot wanneer studenten niet per se voor een gesprek van 15 minuten moeten reizen

Volgens Waringa zijn de studenten opgegroeid met technologie, kunnen daardoor overal studeren en communiceren veel online. Hij benoemde terecht dat omdat studenten met technologie zijn opgegroeid ze niet daardoor automatisch digitaal vaardig zijn. Zie ook het artikel van Kirschner en De Bruyckere.

Uit een onderzoek blijkt zelfs dat jongeren liever communiceren zonder te praten (Motivaction, 2018)

2. “Kies een tool bij je doel, geen doel bij je tool”

Leerdoelen staan altijd centraal bij je onderwijs. Wanneer het een evidente meerwaarde is om online te begeleiden en het doel helder is kun je de geschikte tool selecteren. De docent zal vaardig moeten zijn in het effectief online begeleiden en de tool moet zijn werk doen. Zonder goedwerkende technologie zal online begeleiding niet werken en zal een docent snel afhaken (en er niet snel meer mee beginnen).

Waringa somde enkele uitdagingen op:

  • Hoe kan ik er voor zorgen dat een student daadwerkelijk iets gaat doen?
    • Dit is afhankelijk met welk doel de online begeleiding wordt ingezet. Als het bijvoorbeeld gaat om een andere manier van leren dat is het belangrijk dat in de opdracht enkele vereisten zitten waardoor het onontkomelijk is dat studenten online met elkaar interacteren.
  • Het ontbreken van non-verbale communicatie
    • Fouten door miscommunicatie liggen op de loer
    • In het analyseren van de teksten moet door een docent aandacht besteed worden aan de emotie verwerkt in de tekst
  • Verwachtingen: vertraagde reactietijd
    • Studenten moeten zich ervan bewust zijn dat a-synchrone communicatie traag is. Het kan soms wel twee dagen (als het niet al langer is) voordat er een reactie op een bericht komt. Afspraken onderling maken kan helpen bij de verwachtingen.
  • Regie ligt meer bij de studenten
    • Docenten moeten regie loslaten en verwachten dat studenten zelf gaan werken. Reageer niet te snel op discussies tussen studenten.
  • Privacy en veiligheid (AVG)
    • Waar worden de gegevens van de studenten bewaard?
    • Wie heeft toegang tot deze informatie?
    • Hoe weet je dat…..?
    • Let op bij gebruik van externe systemen. Gebruik bij voorkeur SSO koppelingen (SURFconext)

Waringa refereerde naar het boek “Je hebt wel iets te verbergen”  (Martijn & Tokmetzis). Dit boek gaat over het levensbelang van privacy en welke ingrijpende gevolgen het heeft wanneer gegevens bloot komen te liggen. AVG is daarom belangrijk omdat studenten  eerder geneigd zijn om zo een veilig systeem te gebruiken.

Waar Waringa minder op in ging was de vaardigheid van een student om online te communiceren. De vaardigheid van een docent werd meerdere keren benoemd terwijl de vaardigheid van een student net zo belangrijk is (misschien nog wel belangrijker in sommige gevallen zoals met peer feedback). In een van de praktijkvoorbeelden werd er wel aandacht besteed aan de vaardigheden van een student en werd er gerefereerd naar The Five Stage Model van Salmon.

Geef een reactie