Blended Learning

Blended learning is een mengvorm van face-to-face en ICT-gebaseerde leeractiviteiten, leermaterialen en tools. Beide soorten leeractiviteiten maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs of opleiden; idealiter versterken ze elkaar. Het doel is onderwijs en opleidingen te ontwikkelen die gebruik maken van ICT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken, met een stijging van het leerrendement en de student/docenttevredenheid tot gevolg.

Niet alleen biedt blended learning studenten de mogelijkheid om te leren waar en wanneer dat voor hen past aan hun eigen tempo, het laat instellingen ook toe om beschikbare middelen efficiënter in te zetten. IT-tools zoals kennisclips en e-modules worden niet toegevoegd aan het onderwijs als extra voorziening, maar vervangen waar opportuun de traditionele vormen van contactonderwijs en zelfstudie. De student kan, tijd en plaats onafhankelijk, een groot deel van de kennis en inzicht verwerven door zelfstudie (zelfstandig en in groepsverband). Het contactonderwijs draagt bij aan verdiepende discussies, toepassing van kennis en inzicht en bespreking van complexe onderdelen.

Er zijn verschillende vormen van blended learning. Het flipped-classroommodel wordt het meest toegepast binnen de Hogeschool van Amsterdam.

Het flipped-classroommodel is een vorm van blended learning waarin studenten contactmomenten voorbereiden, zodat je tijdens de contacttijd kan inzoomen op de toepassing en diepere verwerking van de stof. Meestal zijn dit korte videoclips die studenten voor het college bekijken. Het college zelf wordt gebruikt om belangrijke vraagstukken over de stof te bediscussiëren, en het begripsniveau van de student te bepalen. Deze discussies kunnen plaatsvinden tussen docent en studenten, maar ook (vaak het geval in grote groepen) door ‘peer discussion’, waarbij studenten de vragen onderling bediscussiëren en vervolgens antwoorden via een online stem ‘tool’. Deze antwoorden geven docenten informatie over welke onderwerpen studenten goed begrijpen en waar meer uitleg nodig is. Ook achteraf kunnen studenten de leerstof nog verder verwerken. Dit is het omgekeerde (vandaar de naam ‘flipped’) van het traditionele model, waarin de eerste kennismaking met de leerstof tijdens de contacturen gebeurt en de verwerking achteraf plaatsvindt.

Het flipped-classroommodel kan leiden tot een (meer) efficiënte en effectieve invulling van de contacttijd:

  • Je kan meer inspelen op de voorkennis van je studenten, omdat je meer zicht hebt op en controle hebt over deze voorkennis (deze voorkennis is immers het resultaat van je gekozen voorbereiding).
  • Je kan misconcepties snel opsporen en de studenten hier tijdens het contactmoment op wijzen.
  • Je kan studenten beter en tijdig gerichte feedback geven.
  • Je kan werkvormen inzetten die hogere orde leeractiviteiten stimuleren. Op die manier richt je je op leerdoelen zoals toepassen, analyseren, evalueren en creëren.

Het ontwerp van een flipped classroom is gelijk aan het ontwerpen van een regulier vak. Leerdoelen passen bij de uitgevoerde toetsing, toetsing past bij de leermethode die wordt gebruikt. De gekozen leermethode leidt tot een planning van activiteiten in een vak. Een vak past binnen de doelen zoals vastgesteld in het curriculum, en de losse activiteiten leiden naar een goede toets. De vraag van studenten “moeten we dit leren voor het tentamen?” wordt niet meer gesteld als duidelijk is op welke manier de losse activiteiten in een vak worden afgesloten door een toets. Dus ook voor het ontwerpen van een flipped classroom is de samenhang tussen doelen, werkvormen en toetsing belangrijk.

Docenten die hun onderwijs willen versterken kunnen verschillende onderwijsbehoeftes hebben. Veel docenten willen dat hun studenten beter voorbereid naar college komen of dat er meer interactie is tijdens het contactonderwijs. Anderen willen digitaal toetsen, schriftelijke opdrachten digitaal beoordelen of online de communicatieve vaardigheden versterken.

Edulab ondersteunt docenten en teams bij het (her)ontwerpen van het onderwijs en het beredeneerd inzetten van IT-tools. In enkele ontwerpsessies wordt op een systematische manier een (her)ontwerp gemaakt en gewerkt aan de deskundigheid van docenten, bijvoorbeeld op het gebied van leertechnologieën. Edulab biedt hiervoor workshops aan en teams kunnen ook zelf een afspraak maken via edulab.fbe@hva.nl.

Wanneer studenten buiten de contactmomenten (een deel van) de leerstof reeds verwerkt hebben, zal de invulling van je contactmoment veranderen. Er zijn verschillende (algemene) werkvormen, evaluatiestrategieën en technologieën die je in de les kan inzetten.

Een voorbeeld van een werkvorm is weergegeven in het figuur hieronder. De docent plaatst een leesopdracht op de digitale leeromgeving. Studenten lezen de opdracht en maken vragen op de digitale leeromgeving. De docent kan vervolgens zien hoe goed de vragen gemaakt zijn en waar nog misconcepties zitten. Op basis van die gegevens bereid de docent zijn les voor en geeft tijdens de les een mini-lezing. Daarna geeft de docent in de les een individuele opdracht en moeten de studenten een vraag beantwoorden via een stemtool. De docent en studenten kunnen zien hoeveel studenten voor welk antwoord hebben gekozen. Daarna moeten de studenten in groepjes de antwoorden bespreken om na deze discussie de vraag opnieuw te beantwoorden via de stemtool. Daarna bespreekt de docent het correcte antwoord. Deze werkvorm wordt ‘peer instruction’ genoemd waarvan Eric Mazur, Nederlands natuurkundige, de grondlegger van is.

Naast Peer Instruction zijn er meerdere werkvormen die je kunt toepassen in de les en waarin je rekening houd met de voorbereiding van een student. Hieronder worden er enkele genoemd.

Peer Instruction: studenten bereiden zich voor op de les en geven de docent feedback over wat ze verwarrend of moeilijk vonden. Tijdens de les krijgen de studenten minicolleges afgewisseld met peer-bespreking van conceptuele vragen die werken om misvattingen die studenten kunnen hebben op te wekken, te confronteren en op te lossen.

Case-based Learning: Het uitgangspunt van case-based learning (CBL) is het aanbieden van casussen om zo studenten te motiveren om te leren en hun leren te structuren. Een casus is een realistische situatie zoals studenten die later in hun beroepspraktijk ook tegen kunnen komen. De studenten zullen dus samenwerken en door discussie tot meerdere goede oplossingen of begrip van de casus komen. De rol van de docent is om dit proces te begeleiden. Daar waar nodig is zal de docent de discussie aanwakkeren en verbredende of verdiepende vragen stellen en eventueel uitleg geven.

Team-based Learning (TBL): studenten bereiden zich voor op de les en worden aan het begin van de les overhoord op hun kennis (eerst als individu en daarna in een groepje). Een groep krijgt onmiddellijk feedback over hun prestaties en de docent vergroot het begrip via minicolleges.

Andere opties zijn groepsdiscussies organiseren, een conceptmap gebruiken of studenten zelf een presentatie laten doen. In al deze werkvormen ligt de focus op de activiteit van de student.

  • Groepsdiscussie: laat studenten in kleine groepen discussiëren over een bepaald onderwerp en laat ze hun belangrijkste bevindingen plenair presenteren.
  • Conceptmap: laat studenten een conceptmap maken en deze aan elkaar of plenair presenteren.
  • Studentenpresentaties: laat studenten bepaalde delen aan elkaar voorstellen (je kan zowel op begrip als op toepassing/kritische reflectie focussen), gebruik een systeem waarbij studenten na de presentatie elkaar feedback kunnen geven.

Toetsing kan tijdens (formatief) en na de activiteiten van het vak (summatief). Flipped classroom verbetert vooral formatieve toetsing omdat studenten zelf merken of ze het tempo kunnen volgen. Tijdens college zijn verschillende activiteiten mogelijk: op basis van actuele

vragen worden discussies gehouden, studenten geven presentaties en werken aan opdrachten. Zo krijgen studenten feedback van hun docent en van hun medestudenten. Systemen om feedback snel en makkelijk te verzamelen zijn handig voor grotere groepen.

  • Studenten krijgen zicht op wat ze nog niet helemaal kennen of kunnen.
  • Docenten krijgen tijdens het contactmoment zicht op de grondigheid van de voorbereiding/op het effect van de instructie.
  • Het stimuleert studenten om voorbereid te komen en om te participeren.

Je kan studenten evalueren tijdens het contactmoment door bijvoorbeeld de tool Kahoot te gebruiken. Deze tool laat toe dat (grote groepen van) studenten hun stem kunnen uitbrengen. Andere voorbeelden van technologie tijdens je contactmoment zijn studentenvideo’s: laat studenten gedurende meerdere contactmomenten een video of kennisclip produceren over een bepaald onderwerp.

Kahoot

Kahoot! is een webtool waarmee heel snel een quiz, discussie of peiling gehouden kan worden in de klas. De leerlingen gaan met hun eigen device naar kahoot.it en voeren daar de game-pin in. Voor iedere activiteit genereert Kahoot! een nieuwe game-pin. De vragen verschijnen niet op de device van de leerling, maar op het scherm in de klas. Op hun device zien de leerlingen alleen de symbolen van de antwoorden die op het scherm te zien zijn; door hier binnen de tijd op te klikken wordt er antwoord gegeven. Voor iedere vraag kan ingesteld worden hoeveel bedenktijd er is. Ook is het mogelijk om afbeeldingen en filmpjes toe te voegen aan de vragen. Wanneer alle leerlingen hun antwoord gegeven hebben, of de tijd om is, verschijnt er een overzicht van de gegeven antwoorden. Het is daarna aan de leraar om de volgende vraag te kiezen. Op deze manier bepaalt de leraar het tempo van de les en is er ruimte om de vragen te bespreken met de klas. Er kan dan bijvoorbeeld persoonlijk gevraagd worden naar de argumenten achter de antwoorden.

Aan de slag

  1. Ga naar https://kahoot.com/
  2. Maak een account aan door op 'Sign Up' te klikken
  3. Kies voor een Teacher account.
  4. Je kunt de gratis versie gebruiken. Wil je Kahoot! Plus gebruiken neem dan contact op met je Blended Learning Consultant.
  5. Edulab heeft geen accounts maar kan wel informatie geven omtrent de aanschaf van een licentie.
  6. Vervolgens kun je quizes, polls en discussions aanmaken. Zie de Kahoot Handleiding voor meer informatie.